Haven Amsterdam

Begrippenlijst

A   C  D    G     L  M  N P  Q  R  T  U  V  W   Y  Z

 

- A -

aanvoer

Alle goederen die een haven binnenkomen.

achterland

De gebieden die voor hun invoer en uitvoer zijn aangewezen op een haven.

afvoer

Alle goederen die de haven verlaten.

agribulk

Agrarische producten die onverpakt in grote hoeveelheden worden vervoerd, zoals granen, oliehoudende zaden en veevoedergrondstoffen zoals sojaschroot en vruchtenpulp.

 

- B -

betuwelijn

Een afzonderlijke goederenspoorlijn tussen Rotterdam en Duitsland die door de Betuwe loopt (vandaar de naam). Goederen vanuit Amsterdam gaan via Utrecht en takken aan bij Geldermalsen.

bulkgoederen

Goederen in grote onverpakte hoeveelheden, opgeslagen in tanks (natte bulk), containers of los gestort in laadruimten (droge bulk).

bulktransport

Transport van goederen in grote onverpakte hoeveelheden, opgeslagen in tanks (natte bulk), containers of los gestort in laadruimten (droge bulk).

 

- C -

cargadoor

Vertegenwoordiger van een of meer rederijen. Zorgt er onder andere voor dat schepen een ligplaats krijgen aangewezen, dat ze worden gelost, dat de goederen door de douane komen en dat er weer nieuwe lading voor een schip is.

collectie

Het verzamelen van goederen.

container

Grote afgesloten metalen laadbak voor opslag of transport van goederen (meestal stukgoederen, soms ook bulkgoederen) zodat deze gemakkelijk per schip, trein en per vrachtauto zijn te transporteren. Geschikt voor allerlei goederen. Vervoer in containers betekent minder beschadiging, minder kans op diefstal en de mogelijkheid tot geautomatiseerd laden en lossen.

containerisatie

Het gebruik van containers voor transport van allerlei goederen (meestal stukgoederen, soms ook bulkgoederen).

containerterminal

De plek waar schepen goederencontainers brengen en halen, en waar de containers worden op- en overgeslagen.

containervervoer

Goederenvervoer in grote afgesloten metalen laadbakken die gemakkelijk per schip, trein en vrachtauto zijn te transporteren.

 

- D -

deepsea containerschip

Containerschip dat intercontinentale routes bevaart. De containers van een deepsea containerschip worden in de grote havens overgeladen op een veel kleiner shortsea containerschip om naar de verschillende kleinere zeehavens te worden verscheept.

degroeperen

Het splitsen van een laadeenheid (bijvoorbeeld de inhoud van een container) in de oorspronkelijke afzonderlijke zendingen van de verschillende verzenders/eigenaren.

distributie

Het brengen van goederen van de producent naar distributiecentrum, dealer en/of consument.

distributiecentrum

Een plaats (bijvoorbeeld zee- of luchthaven) waar goederen uit de verre omtrek naar toe worden gebracht om vandaar naar alle mogelijke bestemmingen te worden verspreid.

distripark

Een groot distributiecentrum of bedrijvenpark met meer distributiecentra in de buurt van de grote containerterminals en vlakbij de verbindingen met het achterland.

doorvoer

Dit is hetzelfde als transito. Het betekent het vervoer van goederen waarvan zowel de herkomst als de bestemming in het buitenland ligt. Ze worden in een zee- of luchthaven overgeladen (na eventueel te zijn opgeslagen), zonder een bewerking te hebben ondergaan.

doorvoerhandel

Buitenlandse goederen worden door een land vervoerd naar een ander gebied. Soms worden die goederen eerst overgeladen. Doorvoerhandel wordt ook wel transitohandel genoemd.

duwvaart

Voortduwen door een motorschip van vaartuigen zonder eigen stuwkracht.

 

- E -

edc

Europees Distributie Centrum: hier worden goederen of onderdelen opgeslagen, bestemd voor klanten in heel Europa. Het EDC zorgt voor snelle levering namens de fabrikant. Met soms wat extra's, zoals het monteren van extra onderdelen of het bijvoegen van een handleiding in de juiste taal.

entrepot

Magazijnen die nog voor de douane liggen en voor de belasting en invoerrechten als 'buitenland' worden beschouwd. Hierdoor kunnen verschillende goederen voor heel Europa in één keer worden aangevoerd. Vervolgens worden ze in één keer, zonder al te veel papieren rompslomp, verdeeld over de verschillende bestemmingen.

expediteur

Bedrijf dat voor verzending van goederen zorgt.

 

- F -

feeder

Ook wel lichter genoemd. Klein schip van waaruit de goederen in een groot schip worden overgeladen, of juist andersom. Het grote schip heeft meestal niet de mogelijkheid om een rivier of kanaal te bereiken. 

ferrydiensten

Grote veerdiensten.

 

- G -

groepage

Het samenvoegen van verschillende zendingen tot een te verzenden laadeenheid (in bijvoorbeeld een container).

 

- H -

hub

Knooppunt.

 

- I -

industrie

Het maken van producten uit grondstoffen met een machine. Het proces van grondstof tot eindproduct (de productieketen) vindt vaak in meerdere fabrieken plaats.

infrastructuur

Het geheel van land- en waterwegen, lucht- en zeehavenverbindingen. Ook het netwerk van  leidingen voor telefoon, water, gas, elektriciteit en riolering valt onder ‘infrastructuur’.

intercontinentaal vervoer

Vervoer van goederen en personen tussen de werelddelen (continenten).

intermodaal vervoer

Vervoer met verschillende transportmiddelen (vervoermodaliteiten) die bewust op elkaar zijn afgestemd (bijvoorbeeld per binnenvaartschip over water en vervolgens per vrachtwagen over de weg).

 

- J -

just-in-time-levering

Het leveren van producten in de gewenste hoeveelheid op het moment dat een klant ze nodig heeft.

 

- K -

knooppunt

Plaats waar goederen of laadeenheden tussen de verschillende vervoermodaliteiten worden uitgewisseld.

- L -

land bridge vervoer

Het transport van een container dat deels via spoorlijnen verloopt.

lash-transport

Lash staat voor lighter aboard ships: schepen met aan boord geladen kleinere schepen die op binnenwateren kunnen varen.

lijndienst

Een geregelde verbinding (op vaste dagen en vaste tijden) tussen gebieden of plaatsen.

lijndienstmaatschappij

Maatschappij die volgens een vast dienstschema afvaarten onderhoudt naar bepaalde bestemmingen. De afvaarten kunnen dagelijks, verschillende keren per week, wekelijks of maandelijks zijn.

logistiek

Alles wat erbij komt kijken om de juiste goederen op de juiste tijd op de juiste plaats te krijgen. Ofwel: het organiseren, plannen, besturen en uitvoeren van de stroom goederen vanaf het moment dat de grondstoffen worden ingekocht tot aan de levering van het eindproduct aan de afnemer.

logistiek centrum

Plaats waar de goederen van het ene transportmiddel (bijvoorbeeld een zeeschip) worden overgeladen naar (een) ander(e), zoals een binnenvaartschip, trein of vrachtwagen. Er vinden ook vaak waardetoevoegingen plaats, zoals een bijsluiter in de juiste taal toevoegen of een Engelse stekker verwisselen voor een Europese.

logistiek dienstverlener

Bedrijf dat goederen in opdracht van derden aanvoert, opslaat, beheert, distribueert, en/of vervoert.  

logistieke keten

Het traject van leverancier naar de uiteindelijke consument. Onderdeel hiervan zijn: aanvoer van grondstoffen en onderdelen - productie (inclusief bijvoorbeeld intern transport naar laad- en losplekken met vorkheftrucks) - opslag (magazijn- en voorraadbeheer) - distributie (de weg van een product tussen magazijn en consument, vaak via distributiecentra en winkels) - transport (verbindt de verschillende schakels met elkaar) en informatiebeheer (een goede organisatie van waar, wanneer en hoe de goederen moeten worden geleverd).

loods

Iemand die goed bekend is met de ondiepe en gevaarlijke plaatsen in vaarwater, sluizen en havens. De loods komt op zee aan boord van het schip en geeft de kapitein aanwijzingen hoe hij zijn schip veilig en zonder schade naar de haven kan varen en kan aanleggen (of vice versa).

 

- M -

mainport

Knooppunt in een internationaal netwerk van verkeers- en vervoersstromen van goederen, personen en informatie.

massagoed

Onverpakte goederen die in grote hoeveelheden worden vervoerd, bijvoorbeeld olie (nat massagoed) of graan (droog massagoed). Ook wel bulkgoederen genoemd.

modaliteit

Vorm van vervoer, bijvoorbeeld zeeschip, binnenvaartschip, trein of vrachtwagen.

multihub systeem

Gebied met meerdere 'hubs' (knooppunten) in een netwerk van transportlijnen naar verschillende bestemmingen.

multimodaal transport

Transport van goederen via verschillende modaliteiten, bijvoorbeeld over water én over de weg.

 

- N -

netwerk

Het geheel van knooppunten en aansluitende transportlijnen (wegen, rails, rivieren, kanalen, luchtwegen en zeeroutes).

 

- O -

oil-terminal

Eindstation van de grote olietankers. Hier wordt de olie opgeslagen en per pijpleiding getransporteerd of direct verwerkt in de raffinaderij.

opslag

Dit is hetzelfde als 'warehousing'. Het bewaren van goederen, bijvoorbeeld in loodsen, containers (stukgoed), opslagtanks (bijvoorbeeld olie), silo's (bijvoorbeeld graan) of los gestort op bedrijfsterreinen of in loodsen (bijvoorbeeld erts), totdat ze verder worden bewerkt.

overslag

Goederen overbrengen van het ene vervoermiddel naar een ander vervoermiddel (overslag = aanvoer + afvoer).

overslagbedrijf

Bedrijf waar goederen voor hun eindbestemming op een ander transportmiddel worden geladen dat hen naar een volgende bestemming brengt (bijvoorbeeld van een zeeschip op een trein, binnenvaartschip of vrachtwagen).

overslagsector

De bedrijven die zich bezighouden met de overslag van goederen.

 

- P -

productieketen

Het proces van grondstof tot eindproduct.

 

- R -

rederij

Bedrijf dat een schip of schepen uitrust, commercieel exploiteert en in de vaart brengt. Bij een rederij werken onder meer commercieel en administratief medewerkers en waterklerken.

roll-on/roll-off

Een bijzondere vorm van stukgoederenvervoer: vrachtwagens (tegenwoordig vaak geladen met containers) of opleggers die per schip worden vervoerd. Ook schepen die nieuwe auto's vervoeren en sommige veerdiensten vallen onder roll-on/roll-off.

 

- S -

scheepsagent

Vertegenwoordiger van een of meer rederijen in een vreemde haven. De scheepsagent assisteert de kapitein bij het in- en uitklaren van het schip: hij handelt alle formaliteiten voor het schip en de lading af met de diverse instanties, zoals het loodswezen, het havenbedrijf, douane, goederenbehandelaars, verschepers en ontvangers van de goederen en de expediteurs. De scheepsagent behartigt ook de belangen van de bemanning van het schip: het bezorgen van geld aan de kapitein (veelal nodig voor het betalen van de bemanning), bij repatriëring zorgt de scheepsagent voor de nodige visa, vliegtuigtickets, het vervoer naar de luchthaven en soms voor hotelaccommodatie. De scheepsagent regelt eventuele medische hulp en bestelt voorraden en proviand voor het schip.

scheepswerf

Werkplaats aan de wal waar schepen worden gerepareerd, gerenoveerd en gebouwd.

shift
De eenheid van (haven)arbeid, ofwel een dienst. Afhankelijk van hoe het bedrijf is georganiseerd kan dit een dag-, avond- of nachtdienst zijn.

shortsea containerschip

Containerschepen die continentale routes bevaren. Shortsea schepen nemen in de grote havens de vracht over van deepsea containerschepen om ze verder over kleinere havens te verspreiden.

shuttle

Pendeldienst (rechtstreekse verbinding) tussen twee knooppunten, die onafhankelijk van het ladingaanbod op vaste tijdstippen vertrekt en aankomt.

sleper

Sleept een schip naar de juiste ligplaats (omdat een zeeschip zo groot is, is het in een haven moeilijk te sturen).

straddle-carrier

Groot voertuig op de terminal voor het oppakken en neerzetten van containers, bijvoorbeeld op en van vrachtwagens.

strippen

Het leeghalen van een container.

stuffen

Het vullen van een container.

stukgoederen

Goederen die per stuk of verpakt in kratten, kisten, balen of containers worden vervoerd.

stukgoederenvervoer

Het vervoer van goederen die per stuk of verpakt in kratten, kisten, balen of containers worden vervoerd.

stuwadoor

Iemand die schepen laadt en lost.

stuwadoorsbedrijf

Bedrijf dat schepen laadt en lost.

 

- T -

terminal

Aankomst- en vertrekhal voor de op- en overslag van goederen.

transito

Dit is hetzelfde als doorvoer. Het vervoer van goederen waarvan zowel de herkomst als de bestemming in het buitenland ligt; die in een zee- of luchthaven worden overgeladen (na eventueel te zijn opgeslagen) en die in de zee- of luchthaven geen bewerking hebben ondergaan.

transport

Vervoer.

transportmodaliteit

Vervoer met een bepaald transportmiddel (vervoerwijze), zoals wegvervoer, luchtvaart, binnenvaart, zeevaart, spoorvervoer en pijpleidingvervoer.

trucking

Het vervoeren van vracht per vrachtwagen. Vaak gaat het om kleinere hoeveelheden en kan de vracht snel en flexibel worden vervoerd.

 

- U -

uitgesteld vervoer

Voordat de aangevoerde goederen worden doorgevoerd, worden zij eerst bewerkt. Dit geeft de goederen toegevoegde waarde en leidt tot extra werkgelegenheid.

 

- V -

value adding logistics

Ofwel 'waardetoevoegende activiteiten in de bevoorradingsketen'. Deze activiteiten vinden met name plaats in de distributiecentra, waar bedrijven hun winst halen uit het toevoegen van diensten. Bijvoorbeeld extra onderdelen monteren in auto’s.

veembedrijf

Bedrijf dat in pakhuizen goederen weegt, sorteert, opslaat, bewaart (en ook wel mengt, zuivert, pelt en veilt) en ze weer uit de pakhuizen haalt.

veerdienst

Een geregelde verbinding per schip, meestal bestemd voor passagiers en vervoermiddelen (zoals auto's). Sommige veren kunnen ook treinen vervoeren. De grote veerdiensten worden ook wel ferrydiensten genoemd.

verlader

Opdrachtgever, (industrieel) bedrijf dat goederen vervoerd willen hebben.

vervoerder

Uitvoerder, bedrijf dat goederen transporteert.

vervoermodaliteit

Vervoermiddel, bijvoorbeeld zeeschip, binnenvaartschip, trein of vrachtwagen.

vletterlieden

Maken de schepen vast aan de kade (meren). Vletterlieden nemen de meertrossen van het schip aan en leggen ze over de bolders op de kademuur. Het omgekeerde doen ze bij vertrek van het schip (ontmeren).

 

- W -

waardetoevoeging

Toegevoegde dienst(en) aan goederen. Bijvoorbeeld: extra onderdelen monteren in auto’s of een Engelse stekker verwisselen voor een Europese. Zulke handelingen geven de goederen extra waarde en leiden tot extra werkgelegenheid.

warehouse

Loods, magazijn.

warehousing

Dit is hetzelfde als opslag. Goederen bewaren, bijvoorbeeld in loodsen, containers (stukgoed), opslagtanks (bijvoorbeeld olie), silo's (bijvoorbeeld graan) of los gestort op bedrijfsterreinen (bijveerbeeld erts), totdat ze verder worden bewerkt.

waterklerk

Medewerker bij een rederijschap of cargadoorskantoor die onder andere schepen in- en uitklaart, het lossen voorbereidt en het contact met de verschepers en afladers onderhoudt.

banners

org2org1org3